Begeleiding op het werk


De hoeveelheid en het soort begeleiding dat een werknemer met een arbeidsbeperking nodig heeft, kan flink verschillen. Dat varieert van ‘niet meer dan anders’ tot ‘altijd alert blijven en als aanspreekpunt beschikbaar zijn’.

Voor de meeste werknemers met een arbeidsbeperking is na de inwerkperiode geen intensieve begeleiding meer nodig. Vaak gaat het goed met:

  • Enige minuten extra aandacht per dag of per week.
  • Eén aanspreekpunt voor de medewerker, waarop hij altijd kan terugvallen.
  • Een heldere ‘gebruiksaanwijzing’ voor collega’s en leidinggevenden.

Hoe meer de begeleiding aansluit bij de dagelijkse begeleiding, hoe makkelijker het is voor begeleiders en leidinggevenden.

De rol van de leidinggevende

Als leidinggevende zorgt u ervoor dat medewerkers optimaal kunnen functioneren. Dat principe verandert niet bij een werknemers met een arbeidsbeperking. Enkele aandachtspunten voor leidinggevenden zijn:

  • Maak het takenpakket helder en bewaak dit. Vaak geldt: ‘hoe duidelijker het takenpakket, hoe minder begeleiding nodig is’.
  • Luister naar wat de medewerker aangeeft te kunnen. Als je als leidinggevende zonder overleg taken toevoegt of het tempo opvoert, is de kans op uitval groot.
  • Maak eenduidige afspraken met de medewerker over werktijden, pauzetijden, werk- of bedrijfskleding, veiligheidsregels en andere ongeschreven regels.
  • Geef aandacht aan de ontwikkelingsmogelijkheden. Vaak betreft het werk in de onderste loonschalen. Ook dan is het van belang om met de werknemer te praten over wensen voor doorgroei. Dat kunnen in uw ogen kleine stapjes zijn, voor de medewerker zijn ze van grote betekenis.
  • Besef: een situationele leiderschapsrol past goed bij het leidinggeven aan werknemers met een arbeidsbeperking.

Diverse manieren van begeleiden

Medewerkers met een arbeidsbeperking kunnen op verschillende manieren worden begeleid:

Situationeel leiderschap
Begeleiding door collega's
Begeleiding door externen
Alert zijn bij veranderingen