Begeleiding tijdens de inwerkperiode


De nieuwe collega met een arbeidsbeperking gaat aan de slag. De eerste weken zijn vaak nodig om de nieuwe collega in te werken. De inwerkperiode kan op een aantal punten afwijken van een ‘gewone’ inwerkperiode. Zowel de nieuwe werknemer als de collega’s kunnen begeleiding nodig hebben.

Werktempo

Het kan meer tijd kosten voordat de nieuwe medewerker de taken op het verwachte tempo en met de vereiste kwaliteit kan uitvoeren. De begeleiding bestaat dan bijvoorbeeld uit een schema om tot het gevraagde werktempo en kwaliteit te komen.

Gebouw en werkomgeving

Soms is tijd nodig om te wennen aan het gebouw en de werkomgeving. Dit ligt voor de hand bij een medewerker die blind of slechtziend is. Hij moet de weg leren vinden. Ook medewerkers met een verstandelijke beperking of een vorm van autisme hebben hier vaak extra tijd voor nodig.

De begeleiding houdt dan bijvoorbeeld in dat iemand de hele dag meeloopt met de medewerker, en dat langzaam afbouwen.

Ook kan het extra tijd kosten om specifieke veiligheidseisen in de werkomgeving eigen te maken.

Arbeidsritme en samenwerking

De nieuwe medewerker moet wennen aan eventuele hectiek in de werkomgeving en vaak ook aan het arbeidsritme. Bijvoorbeeld een drukke werkomgeving, omgaan met onverwachte gebeurtenissen en omgaan met onderbrekingen. In de selectieprocedure moet dit al besproken zijn. De gekozen kandidaat zal dus in staat zijn om hier aan te wennen, maar het kan extra tijd kosten. De begeleiding bestaat dan bijvoorbeeld uit:

  • zorgen voor één duidelijk aanspreekpunt
  • opbouwen van het aantal uren dat betrokkene per week werkt
  • de omgeving informeren over ‘hoe om te gaan met’
  • het takenpakket langzaam opbouwen, te beginnen met één taak

Cultuur en ongeschreven sociale regels

Goed functioneren in de bestaande bedrijfscultuur kost iedere nieuwe medewerker tijd. Als de chronische ziekte of aandoening gevolgen heeft voor het functioneren in die cultuur, zal de medewerker dit moeten bespreken met zijn leidinggevende. Zodat ze samen hiervoor een oplossing kunnen vinden waar medewerker en afdeling zich goed in voelen.

Begeleiding voor de collega’s

Ook collega´s kunnen begeleiding nodig hebben. Bijvoorbeeld uitleg over de invloed van de chronische ziekte of aandoening op het werk en de omgang met collega´s. De nieuwe medewerker moet zijn collega’s handvatten geven ‘hoe met hem om te gaan’. Dat kan de nieuwe collega zelf doen, of met ondersteuning van zijn begeleider. Het is wel altijd nodig.

Vaak moeten collega’s er ook aan wennen dat er andere eisen gelden voor de nieuwe medewerker. De begeleiding bestaat dan uit duidelijke communicatie: ‘hoe het zit en waarom dat dat zo is’.

Tot slot kost het tijd om te wennen aan de omgang met de nieuwe collega. Het helpt als uw werknemers hun eigen onzekerheden hierover bespreekbaar mogen maken.

Takenpakket zou moeten matchen

Tijdens de selectieprocedure is het takenpakket besproken. De nieuwe medewerker kan de gevraagde taken uitvoeren, anders is er iets mis gegaan met de matching. Daar hoeft de inwerkperiode zich dus niet op te richten.

Tip

Als uw kandidaat een externe begeleider heeft, kan hij wellicht van tevoren ‘ingewerkt’ worden op de taken die hij in zijn nieuwe baan moet gaan uitvoeren.

  • Begeleider SW-bedrijf: “David kreeg een baan bij een cateraar. Dat was mooi want bij ons werkte hij ook al in de catering. Toch hebben we van tevoren goed geoefend op de nieuwe apparatuur waarmee hij moest gaan werken. Voor hem is er een groot verschil tussen de ene en de andere afwasmachine.”
  • Begeleider van een re-integratie bureau: “Jolien ging vier uur per dag werken bij een zorginstelling. We hebben in de weken voor de aanstelling samen met iemand van de zorginstelling geoefend op de gedragsregels die daar gelden. Dat was goed want het duurde wel even voordat Jolien ze goed kon toepassen.”