Een stapje terug (en weer drie vooruit)


Deze week was in de Tweede Kamer een hoorzitting over het kabinetsplan om loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie. Werkgevers, cliëntenorganisaties, wetenschappers en uitvoerende instanties lieten hun licht schijnen over deze materie.

De stellingen die de afgelopen weken in de media werden betrokken, werden tijdens de hoorzitting niet verlaten. Cliëntenorganisaties spraken hun bezorgdheid uit. Wetenschappers goochelden met macro-economische effecten en werkgevers benadrukten het belang van eenvoud en uniformiteit in de regelgeving. Duidelijk werd wel dat eigenlijk alle insprekers erkenden dat er behoefte is aan een brede aanpak voor de onderkant van de arbeidsmarkt.

Wat en waarom?

Laten we daarom eens eens stapje terug doen. Wat is het doel van de nieuwe regelgeving? Meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk krijgen, door het voor werkgevers makkelijker te maken mensen aan te stellen. De stand van zaken nu is positief. Werkgevers in de marktsector halen hun doelstellingen in het kader van de 100.00 banen afspraak ruim. Maar natuurlijk willen we meer mensen aan het werk hebben, zeker nu de arbeidsmarkt krapper wordt.

Daarbij lopen werkgevers tegen twee grote knelpunten aan: de vindbaarheid van kandidaten en de complexe regelgeving (en de uitvoering daarvan). De vraag die we ons dan moeten stellen, is of het voorstel om van loonkostensubsidie over te stappen naar dispensatie daarbij helpt. Binnen de achterban van De Normaalste Zaak wordt daar verschillend over gedacht.

Loondispensatie helpt met name MKB’ers om direct zicht te krijgen op hun kosten en opbrengsten van hun personeel. Bovendien verlost het ze van vaak omslachtige en tijdrovende procedures om subsidie aan te vragen. Dat maakt het aantrekkelijker voor grotere groepen werkgevers om kansen te bieden aan mensen met een arbeidsbeperking. Ook voor bepaalde groepen medewerkers met een beperking – met name parttimers – heeft het kabinetsvoorstel een duidelijk positief effect. Werken gaat meer lonen dan nu. En dat is positief.

De nadelen die kleven aan loondispensatie zijn breed uitgemeten in de media: de vermeende ongelijke behandeling en beloning van groepen werknemers, de stap naar financiële onafhankelijkheid wordt moeilijker omdat het bijstandsregime blijft gelden (denk aan de vermogenstoets en de kostendelersnorm) en een deel van de werkenden met een arbeidsbeperking krijgt te maken met het aanvragen van een aanvullende uitkering.

Onduidelijkheid

We weten trouwens niet precies voor hoeveel werkenden met een beperking dit positief of negatief uitpakt. Hoeveel mensen uit de doelgroep werken er eigenlijk met een SW-indicatie? Hoeveel mensen hebben behoefte aan aanvullingen vanuit de gemeente, maar komen daar (door kostendelersnorm of vermogenstoets) niet voor in aanmerking? De praktische impact van de voorgestelde regeling, vooral voor de verschillende groepen werknemers hebben we niet in kaart. Daar maak ik me zorgen over.

Enfin, er zijn veel mitsen en maren en veel verschillenden opvattingen over de keuze tussen twee systemen. Dat werd weer eens bevestigd bij de hoorzitting. Maar er zijn ook bruggen geslagen. Tegenstanders van loondispensatie zijn er inmiddels van overtuigd dat er echt wat gedaan moet worden om inclusief ondernemen eenvoudiger te maken voor werkgevers. Dat is winst. En werkgevers, zeker werkgevers die al inclusief werken, zien ook de nadelen van een loondispensatiesysteem.

Daar komt nog bij dat loonkostencompensatie slechts een deel is van de complexiteit waar inclusieve werkgevers mee te maken hebben. Zoals gezegd, is de vindbaarheid van kandidaten een groot probleem. Daarnaast zijn rondom de Participatiewet inmiddels talloze doelgroepen benoemd met allemaal hun eigen regels en voorzieningen. Gemeenten voegen daar vaak nu hun eigen specifieke uitvoeringsregels en voorwaarden aan toe. Werkgevers zien door de bomen het bos niet meer. Het wordt steeds moeilijker om door te gaan met inclusief werkgeven en niet echt aantrekkelijker om er mee te beginnen. Er moet daarom wel iets gebeuren.

Wijsheid

De Normaalste Zaak pleit voor eenvoud en uniformiteit in regelingen en de uitvoering daarvan. Dat betekent voor werkgevers weten waar ze minimaal op kunnen rekenen als het gaat om proefplaatsing, jobcoaching, no-riskpolis, aanbod van kandidaten, etc. Dat vraagt om afstemming en overeenstemming met gemeenten en andere relevante instellingen.

Aanstaande donderdag debatteert de Tweede Kamer over de loondispensatie. Het zou volgens mij van wijsheid en politieke moed getuigen als we allemaal – stakeholders en politici – een stapje terug doen. Laten we, welke vervolgstap er ook komt, praktijkervaringen als uitgangspunt nemen en met alle betrokken partijen een echte – en breed gedragen – doorbraak realiseren richting een inclusieve arbeidsmarkt. Een doorbraak die zowel voor de doelgoep als de werkgevers eenvoudig, transparant en stimulerend is.

Bert van BoggelenBert van Boggelen
Bert van Boggelen is oud bestuurder-directeur CNV vakcentrale. Als kwartiermaker van De Normaalste Zaak doet hij op deze plek regelmatig verslag van zijn ervaringen. E-mail: bertvanboggelen@denormaalstezaak.nl
Tel: 06-51534933