“Eerst doen, die obstakels zijn van latere zorg”


Markt en overheid zijn vanaf dit jaar sámen verantwoordelijk voor het creëren van 125 duizend extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Het is geen geheim dat dit de overheid tot op heden niet goed lukte. De Universiteit Utrecht (UU) is al wél goed op weg. Het Facilitair Service Centrum van de universiteit breidt haar inkoopkracht uit door samen met hun acht belangrijkste facilitaire dienstverleners te kijken welke taken vanuit verschillende werkgevers gebundeld kunnen worden tot volwaardige banen voor mensen met een arbeidsbeperking.


Deze samenwerking vindt plaats binnen het project Partnership en inkoopkracht dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) samen met inclusief werkgeversnetwerk De Normaalste Zaak is gestart. Het initiatief stimuleert samenwerkingen tussen  overheidswerkgevers en marktpartijen een maximale inspanning te leveren om de instroom van mensen met een arbeidsbeperking te verhogen. Nieuwe en bestaande inkoopcontracten worden onder de loep genomen, op zoek naar meer kansen voor inclusie op de werkvloer.

Basis partnerschap

Eén van de facilitaire dienstverleners van de UU is schoonmaakbedrijf Asito. Hier werkt één van de bekendste aanjagers van inclusie op de arbeidsmarkt: Leonore Nieuwmeijer. Het is dan ook niet het eerste project waarin Asito en de UU zich zij aan zij sterk maken voor inclusie. Vorig jaar zorgden ze er samen voor dat vijf praktijkschooljongeren stage konden lopen bij de universiteit. Het legde een stevige basis voor nadere samenwerking. En die samenwerking heeft er toe geleid dat het Facilitaire Service Centrum is benaderd door De Normaalste Zaak en Asito om deze proeftuin vorm te geven.

Energie

Harmen vindt het een eer dat hij is benaderd voor de proeftuin; de universiteit wordt blijkbaar als een kansrijke instelling gezien. Leonore begrijpt wel waarom. “Afgelopen vrijdag zaten we met acht leveranciers aan tafel die op momenten ook concurrenten van elkaar zijn. Dan is de relatie die de universiteit met ons heeft van groot belang. De universiteit pakt dat heel goed op. De sfeer was zo goed, zó vol energie!” Harmen vult aan: “We benaderen deze proeftuin ook niet vanuit inkoopperspectief. Want daarmee impliceer je eigenlijk dat je eerst een contract moet ‘openbreken’ om dit initiatief mogelijk te maken. Dan begin je volgens mij op achterstand. We hebben gebruik gemaakt van onze relatie met de leveranciers door samen, als partners, naar mogelijkheden binnen de huidige contracten te kijken. Daarmee hebben we elkaar geïnspireerd en die energie tot stand gebracht. Daar komt nog bij dat we ook diensten in eigen beheer uitvoeren en wat betreft dit onderwerp eigenlijk een gelijkwaardige partner zijn”.

Samen stapelen

Wat gebeurt er dan tijdens zo’n bijeenkomst? “Wat ik vooral niet wilde, is aankloppen bij de universiteit en zeggen: ‘als jij ons meer geld geeft, gaan wij meer mensen inzetten’”, vertelt Leonore. “Nee, we kijken naar de mogelijkheden die er al zijn, maar die we nog niet benutten. Het is van belang dat we dit als leveranciers samen oppakken, want niet één leverancier heeft genoeg taken liggen voor één volwaardige baan. Als we onze gezamenlijke taken bundelen, zou dat wél moeten lukken. Bij de kick-off spraken we daarom af dat alle deelnemers van de proeftuin taken meenemen die uitgevoerd moeten worden, maar die op zichzelf staand nog geen volledige baan vormen. Zo bekeken we afgelopen vrijdag in twee groepen welke taken in de buitenruimte gebundeld kunnen worden en met welke taken we in de binnenruimte banen kunnen creëren. Denk bijvoorbeeld aan iemand die in de ochtend drie uur schoonmaakt en daarna nog drie uur de catering versterkt. Met veel enthousiasme gingen we aan de slag, iedereen zag kansen! ‘Team binnenruimte’ kwam met twee nieuwe banen terug en ‘team buitenruimte’ zelfs met vier”.

De mens staat centraal

Toch concludeerden de deelnemers dat er wellicht iets te ambitieus gestapeld werd; het doel van een leerproces wordt dan voorbijgestreefd. Het klinkt nogal simpel: taken bundelen tot combinatiebanen, maar praktisch gezien is het een ingewikkeld proces. En daar mag de werknemer absoluut niets van merken, vinden Harmen en Leonore. “De mens staat centraal”, zegt Leonore resoluut. “Maar omdat de taken vanuit verschillende leveranciers door één persoon uitgevoerd gaan worden, brengt dat een hoop vragen met zich mee. Waar komt de persoon in dienst en onder welke cao valt hij? Wie regelt de jobcoach? Bij welk bedrijf valt de baan onder de social return verplichting? Hoe laten we een loonwaardemeting uitvoeren als we geen normfunctie hebben? Kortom: er komen een hoop juridische zaken om de hoek kijken. Die zijn allemaal van latere orde, want we focussen ons eerst op de mogelijkheden. Maar dat is wel de reden waarom we besloten dat we het niet te ingewikkeld moeten maken en dat één baan door maximaal twee leveranciers samengesteld moet worden. Maar uiteraard moeten er wel oplossingen voor alle obstakels komen”. Harmen vult aan: “Daar komt het Breed offensief van Van Ark om de hoek kijken. Op vragen als ‘in wiens bedrijfskleding gaat de werknemer aan het werk’, vinden we heus wel een antwoord. Maar het ministerie van SZW zal naar aanleiding van deze proeftuinen de wet- en regelgeving op sommige punten echt moeten aanpassen. Onze ambitie moet operationeel gezien wel mogelijk zijn”.

Succesfactoren

Tot die tijd trekken de universiteit en haar leveranciers zich nog niets aan van ogenschijnlijke onmogelijkheden. “De universiteit is in staat een sfeer te creëren waarin het samenwerken centraal staat”, zegt Leonore. “We leren hier allemaal heel veel van. Pas als er weer een nieuwe aanbesteding komt, worden we weer concurrenten”. Harmen is op zijn beurt weer erg te spreken over de leveranciers en benadrukt dat ook de andere leveranciers in deze proeftuin – Westerveld (schoonmaak), Sodexo (catering), Maas (automaten), Verheij, SIGHT Landscaping (beide groenvoorziening) en Securitas (beveiliging) – stuk voor stuk enthousiast meedenken. “Je ziet dat het helpt als een bedrijf iemand als Leonore inzet, iemand die een beetje is losgezongen van de hiërarchische organisatie, iemand die intrinsiek gemotiveerd is en de rest van de organisatie vanuit de staf kan aanjagen”. Leonore en Harmen kijken al weer uit naar de volgende bijeenkomst waarin zes vacatures opgesteld gaan worden. Niet vanuit functietitels, maar juist competentiegericht. En om die stap niet in de weg te staan gaan we pas daarna aan de slag met de juridische kaders. En dát is dan het startsein voor de werving.