Eva Westerhoff helpt misvattingen over ‘doof zijn’ en gebarentaal de wereld uit


Eva Westerhoff is – zeker voor de actieve netwerkers onder ons – een bekend gezicht. Voorheen was ze meerdere jaren actief voor vereniging Dovenschap. Op dit moment richt ze zich vooral op haar werk: bedrijven helpen om inclusiever en toegankelijker te worden. Dat doet ze nu als kwartiermaker Socialer Ondernemen bij Aegon in Den Haag. Daarnaast is ze betrokken bij de lobby voor de Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal. En dát thema zou nu wel eens in een stroomversnelling terecht kunnen komen.

Alhoewel… Al is er sinds de persconferenties met de geliefde Irma Sluis veel aandacht voor gebarentaal, écht begrip voor doven en slechthorenden is helaas nog geen gemeengoed. Want wat weten horenden nu eigenlijk over gebarentaal? En wat betekent een gebrek aan kennis voor kansen voor dove en slechthorende mensen op de arbeidsmarkt? Eva Westerhoff vertelt.

Foto van Eva Westerhoff, Eva leunt met arm tegen muur

Gebarentaal staat momenteel flink in de spotlights. Wat vind je van die aandacht?

“Fantastisch natuurlijk. Nederlandse Gebarentaal (NGT) is altijd zeer onderbelicht geweest. Dove gebarentalige mensen zijn al heel lang bezig om hun taal – NGT – wettelijk te laten erkennen.”

Op dinsdag 1 september behandelde de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel om NGT formeel te erkennen als officiële taal. Het voorstel kon rekenen op voldoende steun. Een enorm belangrijke stap voor zo’n 15 duizend Nederlanders voor wie gebarentaal de moedertaal is. De wet legt vast dat de overheid vaker een gebarentolk moet inzetten, bijvoorbeeld bij belangrijke persconferenties. Ook mag de eed en de belofte in gebarentaal worden afgelegd.

Met name op social media is men lovend over Irma Sluis. Maar er zijn ook mensen die klagen dat het afleidt en dat ze zich door de tolk niet op de inhoud van de persconferenties kunnen concentreren. Heb jij deze signaleren ook opgepikt?

“De aandacht voor de tolk NGT bij de persconferenties is mij natuurlijk niet ontgaan. Ik begrijp dat als je nog nooit eerder een tolk of NGT hebt gezien, je er last van kunt hebben. Het is ook een kwestie van wennen. Daarnaast zijn er ook mensen bij wie het geen kwestie van ‘niet willen’ is, maar van niet kunnen. Denk aan mensen die moeite hebben met de extra prikkels. Daarom is het belangrijk om informatie op verschillende manieren aan te bieden: in spraak, tekst en beeld. Dan kan iedereen kiezen wat het best past.”

Waarom is ‘doventolk’ geen goed woord?

“Om twee redenen is deze term onjuist. Allereerst is het gebruikelijk tolken te noemen naar de vreemde taal van waaruit en waarnaar zij tolken, en niet naar de gebruikers van die taal. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat gebarentalen ‘echte’ talen zijn met een eigen grammatica. Net zoals je spreekt van een ‘tolk Frans’ – in plaats van ‘Fransentolk” – spreken we tegenwoordig ook van een “tolk Gebarentaal”. De term ‘doventolk’ wekt de suggestie dat de tolk uitsluitend voor doven werkt. Een tolk kan echter ingehuurd worden door zowel doven als horenden en werkt in feite altijd voor beiden. Een andere misvatting van het beroep is dat tolken slechts uitleggen wat er gezegd wordt in het Nederlands. Een tolk NGT vertaalt tussen twee talen/culturen en faciliteert de communicatie tussen beide partijen. Dove en horende mensen worden daarbij als gelijkwaardige gesprekspartners beschouwd. Een tolk is geen deelnemer aan het gesprek en ook geen hulpverlener.”


De juiste termen zijn:

Nederlandse Gebarentaal (gebarentaal die in Nederland gebaard wordt)

NGT (afkorting)

Gebarentaal (algemeen, elk land/regio heeft zijn eigen gebarentaal)

Is gebarentaal een universele taal?

“Nee, net als bij gesproken talen heeft elk land heeft zijn eigen gebarentaal. In Amerika is het bijvoorbeeld American Sign Language (ASL). Er zijn soms ook regionale verschillen.”

Wat is het voordeel van gebarentaal ten opzichte van liplezen?

“De juiste term is niet liplezen, maar ‘spraakafzien’. Je leest niet alleen de lippen, maar het hele gezicht en de lichaamshouding. Spraakafzien is vermoeiend, omdat je maar slechts groepen mondbeelden kunt onderscheiden, die alle verschillende klanken bevatten. Voor dove en slechthorende mensen heeft het kennen van een gebarentaal dus het voordeel dat je meer energie overhoudt.”

Leren alle dove mensen gebarentaal?

“Helaas niet. Het is ook belangrijk om te weten dat dé dove en dé slechthorende niet bestaat. De groep mensen met een auditieve beperking is heel divers. Vanuit medisch perspectief wordt gekeken naar je gehoorverlies in decibellen en wat je daarmee hoort. Het hangt van persoonlijke voorkeuren af of mensen ondersteuning gebruiken bij communicatie.
Een belangrijke groep die onderscheiden moet worden is de groep doofblinden. Zij zijn doof en blind of doof en slechtziend of slechthorend en blind of slechthorend en slechtziend. Doofblinden maken gebruik van ‘tactiele gebarentaal’.

Stel dat Mark Rutte zich op een persconferentie verspreekt. Wordt de verspreking dan ook gebaard?

“Ja, de tolk NGT vertaalt simultaan wat iedereen zegt. Dus ook versprekingen. Het maakt niet uit of iemand vloekt of verkeerde dingen zegt. Een tolk is verplicht om te vertalen wat er gezegd wordt, zonder daar zelf een eigen invulling aan te geven.”

In deze bijzondere coronatijd moeten veel mensen thuiswerken. Er wordt heel wat afgebeld via Skype, Zoom of Teams. Hoe is dit voor dove en slechthorende mensen?

“Voor slechthorende mensen is het op deze manier vaak lastiger om iedereen goed te verstaan. Ook spraakafzien gaat moeilijker via een scherm, zeker bij gesprekken met meerdere mensen tegelijk. Het beeld wordt dan zo klein dat het niet meer goed te zien is. Zij kunnen dan hoorhulpmiddelen gebruiken, maar het is dan nog steeds extra vermoeiend. Een schrijftolk is dan ideaal. Sommige platforms bieden automatische ondertiteling aan, maar tot nu alleen in het Engels. Daarnaast is de kwaliteit van de vertaling niet altijd goed. Voor gebarentalige mensen is een tolk gebarentaal een goede oplossing. Het is even oefenen met hoe je ervoor zorgt dat de tolk altijd in beeld blijft, maar het werkt prima. Ik gebruik zowel automatische ondertiteling, als een schrijftolk als een tolk gebarentaal. Verder is het nog belangrijker om een goede gespreksleider te hebben.”

Heb jij het idee dat werkgevers flexibel omgaan met werknemers die doof of slechthorend zijn?

“Gehoorverlies wordt vaak onderschat. Op het hebben van gehoorverlies rust een bepaald taboe, het wordt onterecht geassocieerd met ouderdom. Hierdoor is er vaak sprake van schaamte en mensen proberen hun auditieve beperking dan te verbergen. Als je alleen afgaat op spraakafzien, geen hulpmiddelen gebruikt en ook je omgeving niet informeert over wat jij nodig hebt, kost dat heel veel energie. Dat vergroot de kans op een burn-out en andere ziektes. Gehoorverlies is ook vaak progressief. Het begint met matige slechthorendheid en gaat over naar zware slechthorendheid.”

Stel dat een werkgever nu te maken krijgt met een dove sollicitant. Hoe kunnen de werkgever en kandidaat-werknemer het best met elkaar in gesprek gaan nu de anderhalve-meter-economie nog een feit is?

“Ten eerste is het belangrijk dat de werkgever vraagt: ‘wat heb jij nodig om het gesprek optimaal te kunnen voeren?’ Hoe kunnen we jou hierbij helpen? En omgekeerd is het ook belangrijk dat de kandidaat zelf het initiatief neemt om aan te geven dat hij of zij een auditieve beperking heeft en eventueel ondersteuning nodig heeft. Ga er als werkgever niet vanuit dat een doof persoon vanzelfsprekend een tolk NGT nodig heeft, want dat verschilt per persoon.
Als het gesprek op locatie plaatsvindt, is er weinig verschil met gesprekken op normale afstand. Zorg voor voldoende licht en een rustige achtergrond; ga niet voor een raam of een druk behang zitten. Vraag aan de kandidaat wat hij of zij een prettige zitopstelling vind. Slechthorende kandidaten kunnen gebruik maken van hoorhulpmiddelen, zoals geluidsversterkers of solo-apparatuur. Dit neemt de kandidaat zelf mee. Daarnaast kan het zijn dat een kandidaat gebruik maakt van een schrijftolk of tolk gebarentaal.”

Iedereen met een auditieve beperking kan een tolkvoorziening aanvragen. Er zijn drie verschillende situaties:

  1. privé (standaard 30 leefuren per jaar)
  2. werk (15% van de werkuren per jaar)
  3. onderwijs (100% van de lesuren)

Heb je meer uren nodig, dan kun je deze aanvragen met een onderbouwing. Het UWV beslist hierover.

Wie is naar jouw mening verantwoordelijk is voor het regelen en vergoeden van een tolk? Wanneer ligt deze bij de persoon/personen die de tolk nodig heeft/hebben en wanneer zou een organisator van bijvoorbeeld een event dit moeten oppakken?

“In Nederland hebben we een persoonsgebonden tolkvoorziening. Tolkgebruikers kunnen zelf bepalen hoe zij hun tolkuren gebruiken en welke tolken zij kiezen. Omdat iedereen een persoonlijke voorkeur heeft voor een tolk is het ook het beste als de tolkgebruiker zelf de tolk kiest. Het hangt van de situatie af wie de tolk betaalt en regelt. De betaling loopt via het UWV vanuit de tolkvoorziening van de tolkgebruiker. Of de aanvrager betaalt de tolk zelf.
Stel dat een organisatie of bedrijf iets organiseert en de organisator vindt toegankelijkheid voor iedereen belangrijk, dan kan hij zelf een tolk regelen en betalen. Commerciële bedrijven kunnen daar zeker meer eigen verantwoordelijkheid voor dragen. De overheid hoeft dit niet te betalen vanuit de tolkvoorziening. Toegankelijkheid is vanuit het VN-verdrag namelijk een verplichting.
Bij een inschrijfformulier voor een event zou er standaard moeten staan: ‘Heeft u ondersteuning nodig m.b.t. toegankelijkheid?’ En als iemand hier inderdaad behoefte aan heeft, dan zou de organisatie dit moeten regelen en financieren.”

Bij De Normaalste Zaak zijn honderden werkgevers aangesloten die een inclusieve organisatie nastreven. Denk je dat onze netwerkfunctie bij kan dragen aan een betere positie van dove mensen op de arbeidsmarkt?

“Jazeker, De Normaalste Zaak kan informatie verstrekken over de verschillende soorten handicaps en chronische ziekten. Er is al heel lang in het werkveld een boekje in omloop waarin verschillende beperkingen beschreven worden, maar die info is achterhaald en soms onjuist of stigmatiserend. Ook kan DNZ werkgevers informeren over de verschillende soorten mensen met een handicap. Bijvoorbeeld door het delen van ervaringsverhalen, profielen of portetten van werknemers met een handicap of chronische ziekte. Dus niet de werkzoekenden, maar de mensen die al werk hebben op verschillende niveaus en bij verschillende bedrijven, met en zonder label ‘doelgroepregister’.”


Meer informatie

Tekst: Lisanne Smits
Foto: Iep Bergsma

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin