De doelgroep van de banenafspraak


De doelgroep van de banenafspraak zijn mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Zij vallen onder een arbeidsintegratie-regeling.

Het gaat om:

  • Mensen die onder de Participatiewet vallen
    Dit zijn mensen met een bijstandsuitkering die door een beperking niet in staat zijn om zelfstandig het minimumloon te verdienen. Ze voldoen niet aan de eisen voor de huidige functies.
  • Mensen met een Wajong-indicatie
    Dit zijn mensen met een blijvende arbeidsbeperking. De beperking is voor hun 18e of tijdens hun studie duidelijk geworden. Een groot deel van de mensen met Wajong is laag gekwalificeerd. Zij kunnen prima werken als de functie-eisen aansluiten bij hun capaciteiten.
  • Mensen met een Wsw-indicatie
    Zij zijn arbeidsongeschikt verklaard omdat ze niet voldoen aan de eisen die gelden voor bestaande functies. Zij willen zelf graag werken en kunnen ook werken, maar dan onder andere omstandigheden.

UWV houdt een doelgroepregister met een overzicht van de mensen die onder de Banenafspraak vallen. Kijk voor meer informatie daarover op de website van UWV.

Om hoeveel mensen gaat het?

  • Mensen met Wajong: 249.400
  • Mensen met bijstand / groep onder de Participatiewet: 411.500
  • Mensen met een Wsw-indicatie: 100.000

Meer weten?

Hieronder staat uitgebreide informatie over de drie groepen.

Wajongers met arbeidsvermogen
De Wajong is bedoeld voor mensen die al op jonge leeftijd door een ziekte of handicap minder kunnen verdienen dan hun gezonde leeftijdsgenoten met dezelfde opleiding en werkervaring . Ze zijn door UWV (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard.

Wajongers zijn heel verschillend qua leeftijd, opleidingsniveau en aandoening of beperking.

  • Leeftijd: van 18 tot 65 jaar.
  • Opleidingsniveau: van voortgezet speciaal onderwijs tot universiteit. Het merendeel van de Wajongers heeft echter een laag opleidingsniveau (mbo 2 of lager).
  • Beperkingen: soms een lichamelijke beperking of chronische ziekte, maar de meerderheid heeft een ontwikkelingsstoornis (bijvoorbeeld een verstandelijke beperking), een psychische aandoening of autisme.
  • Werk: ruim 50.000 Wajongers hebben werk. Iets meer dan de helft bij een regulier werkgever, de rest werkt in of via de sociale werkvoorziening. Ze tellen nog mee voor de Wajong omdat nog niet duidelijk is of ze langdurig kunnen werken, ze nog een gedeeltelijke uitkering ontvangen of omdat ze ondersteuning krijgen vanuit het UWV of het sociale werkbedrijf.
  • Banenafspraak: Alle Wajongers met arbeidsvermogen die u in dienst neemt, tellen mee voor de banenafspraak.

Toegang tot Wajong is beperkt

Sinds 1 januari 2015 is de toegang tot de Wajong beperkt. Zie Rijksoverheid.nl voor meer informatie hierover.

Herbeoordeling Wajongers

De totale groep Wajongeren (240.000 mensen) wordt beoordeeld op arbeidsvermogen. Ongeveer 100.000 van hen zullen hun Wajong-uitkering behouden, zij zijn volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Van de overgebleven 140.000 wordt verwacht dat zij (enige mate van) arbeidsvermogen hebben. Op dit moment werken er van deze groep al 60.000 mensen.

Mensen met een Wsw-indicatie

Tot 1 januari 2015 konden mensen met een Wsw-indicatie instromen op een werkplek via de Wsw. De Wsw was bedoeld voor mensen die niet kunnen werken in een regulier bedrijf, ondanks ondersteuning van UWV of gemeente, maar die wel kunnen werken op basis van de Wsw.

Binnen de groep Wsw-ers is er veel diversiteit.

  • Leeftijd:
    • Van de Wsw-ers die werken via de Wsw was eind 2013 65% ouder dan 45 jaar. Slechts 5% van de Wsw-ers is jonger dan 27 jaar. In vergelijking met de Wajong gaat het dus vaker om wat oudere werknemers.
    • De mensen met een Wsw-indicatie op de wachtlijst zijn gemiddeld wat jonger (44% ouder dan 45 jaar, 19% jonger dan 27 jaar). In deze groep komen vaker mensen met een psychische beperking voor (54%).
  • Opleidingniveau: van laag tot hoog opgeleid, maar ook in de Wsw werken vooral veel mensen met een laag opleidingsniveau.
  • Beperkingen: iets meer dan een derde van deze groep heeft een verstandelijke beperking, bijna een derde een lichamelijke beperking en bijna een derde een psychische beperking.
  • Werk:
    • 6% werkt met ondersteuning vanuit de Wsw bij werkgever (begeleid werken)
    • 28% werkt op detacheringsbasis bij een werkgever
    • 24% werkt op een beschermde werkplek bij een werkgever
    • 40% werkt op een beschermde werkplek in een sociale werkplaats
  • Banenafspraak: alle Wsw-ers tellen mee voor de banenafspraak.

Sinds 2015 is geen nieuwe instroom in de Wsw meer mogelijk. Zie Rijksoverheid.nl voor de gevolgen daarvan voor mensen met een Wsw-indicatie.

Mensen onder de Participatiewet die het minimumloon niet kunnen verdienen
Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd. De wet zorgt ervoor dat mensen, als dat nodig is, ondersteuning van de gemeente krijgen bij het vinden en houden van werk. En dat mensen die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien een uitkering krijgen (bijstand).
Mensen krijgen te maken met de Participatiewet als zij niet zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het gaat onder andere om:

  • Ruim 415.000 mensen die nu een bijstandsuitkering hebben.
  • Jonggehandicapten met arbeidsvermogen die vanaf 1 januari niet meer kunnen instromen in de Wajong en die arbeids- of inkomensondersteuning nodig hebben.
  • Niet-uitkeringsgerechtigden die wel hulp nodig hebben om werk te vinden of te houden.
  • Wsw-geïndiceerden die op 1 januari op de wachtlijst voor de Wsw staan en geen uitkering ontvangen van UWV.

Het is onbekend hoeveel mensen uit deze groep een arbeidsbeperking hebben.

Voor de banenafspraak tellen deze mensen alleen mee als zij volgens UWV niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen. Dat is het geval als iemand:

  • arbeidsbeperkingen heeft door een ziekte of handicap die op het moment van beoordeling nog minstens 6 maanden duurt;
  • met ondersteuning (begeleiding of een andere voorziening) niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen in een drempelfunctie. Dit is een landelijk voorkomende functie op de Nederlandse arbeidsmarkt die een werknemer minimaal belast. Het gaat om functies met maximaal opleidingsniveau mbo 3 niveau waarmee iemand het wettelijk minimumloon kan verdienen of een loon daar net iets boven.

De gemeente vraagt UWV of iemand tot de doelgroep van de banenafspraak behoort.

Quotumheffing

Met de gegevens uit het doelgroepregister bekijkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vanaf 2016 jaarlijks of werkgevers de afgesproken aantallen van het jaar ervoor hebben behaald. Eind 2025 moeten er 125.000 extra banen zijn. Bij de eerste telling zomer 2016 is de subdoelstelling voor 2015 (9.000) met 21.057 banen ruimschoots gehaald. De volgende hertelling over de doelstelling 20.500 extra banen in 2016 volgt in de zomer van 2017. Als werkgevers de afgesproken aantallen hebben gehaald, zoals in 2015, dan legt het kabinet geen quotumheffing op.

Maar als het werkgevers gezamenlijk niet lukt om de afgesproken aantallen extra banen te realiseren, dan kan het kabinet de quotumheffing opleggen. Een quotumheffing is € 5.000 per niet-ingevulde arbeidsplaats en geldt voor bedrijven met meer dan 25 werknemers (40.575 verloonde uren).