
De technieksector kampt al jaren met een groeiend personeelstekort, terwijl grote groepen talent nog altijd langs de zijlijn staan. Volgens Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland en lid van de raad van advies van De Normaalste Zaak, ligt daar een directe oplossing. “Inclusie is ook gewoon eigen belang voor de sector om het onbenutte arbeidspotentieel niet aan de kant te laten staan,” zegt hij.
Daarmee raakt hij de kern: zonder een bredere instroom van mensen komt de uitvoering van grote maatschappelijke opgaven in de knel.
De urgentie is groot. De sector telt zo’n 180.000 werknemers en heeft de komende 5 jaar ruim 120.000 nieuwe mensen nodig om het werknemersbestand op peil te houden. “Als je bij Techniek Nederland voorzitter wordt, dan krijg je dit probleem er gewoon bij,” aldus Harbers. “We hebben al decennialang te weinig mensen die kiezen voor een technisch beroep.”
Tegelijk is de sector onmisbaar voor vrijwel alle grote transities: van de energietransitie tot woningbouw en infrastructuur. Maar juist daar wringt het: de ambities groeien sneller dan het aantal beschikbare mensen.
Het werk in de sector verandert ondertussen snel. Installateurs schuiven op van uitvoerende rol naar een positie waarin ze al vroeg in projecten meedenken. “Ze worden steeds vaker energieregisseur of systeemintegrator,” zegt Harbers. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden en een andere manier van werken. Innovaties zoals prefab bouwen en AI-ondersteuning helpen om productiever te werken, maar lossen het tekort niet op.
Daarom is inclusie volgens Harbers geen bijzaak, maar onderdeel van de oplossing. De sector benut grote groepen nog onvoldoende; van vrouwen tot mensen met een migratieachtergrond en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Zo is slechts 12 procent van de werknemers vrouw, en in uitvoerende technische functies zelfs maar 3 à 4 procent. “Daar is een wereld te winnen,” aldus Harbers.
Om de instroom te vergroten, werkt de sector samen met andere technische branches in een gezamenlijk aanvalsplan. Daarin is ook expliciet ruimte voor nieuwe doelgroepen. “We hebben ons als doelstelling gezet om toch 10.000 statushouders op te nemen in de branche,” zegt Harbers.
Volgens hem is dat haalbaar, mits werk en opleiding slimmer worden ingericht. Doordat er steeds meer in fabrieken en werkplaatsen wordt voorbereid in plaats van op de bouwplaats, ontstaat er meer ruimte om mensen goed te begeleiden en het werk stap voor stap te leren.
Tegelijk groeit het belang van leerwerktrajecten. “We werken heel nauw samen met het mbo, vooral via de BBL; een combinatie van werken en leren.” Daar ligt volgens Harbers ook een volgende stap: het versterken van begeleidingsvaardigheden in de opleiding zelf. Door mensen niet alleen een vak te leren, maar ook hoe ze anderen kunnen begeleiden, wordt het voor meer bedrijven haalbaar om nieuwe doelgroepen duurzaam te laten instromen.
Een belangrijke drempel blijft beeldvorming. Techniek wordt nog vaak gezien als zwaar fysiek werk, terwijl het vak juist steeds meer draait om precisie en slimme technologie. “Het vooroordeel is nog altijd dat techniek zwaar werk is. Dat is het al lang niet meer.” Initiatieven zoals Girls’ Day moeten helpen om die beelden te kantelen, maar volgens Harbers zit het probleem dieper: in onbekendheid en traditionele rolpatronen.
Voor Harbers is de richting duidelijk: de sector moet breder kijken dan de traditionele instroom.“ Gelukkig zijn er genoeg mensen die die stap maken, maar het kan altijd meer,” zegt hij. Juist daarin ligt volgens hem de sleutel: niet alleen zoeken naar meer mensen, maar naar meer verschillende mensen.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij AWVN bekend is.