Werk is veel meer dan een manier om inkomen te verdienen. Het biedt mensen verbinding, erkenning, ontwikkelkansen en het gevoel ertoe te doen. Maar wat betekent dat voor de manier waarop we organisaties inrichten? Tijdens de netwerkbijeenkomst van De Normaalste Zaak op 27 oktober gingen werkgevers hierover met elkaar in gesprek.
Met inspirerende inzichten van Sven Rickli, Lisette van Breugel, Mark Harbers en Mariëtte Hamer stond één vraag centraal: wat zouden jouw medewerkers missen als jouw organisatie morgen niet meer bestaat?
Waar De Normaalste Zaak tijdens online bijeenkomsten vaak inzoomt op specifieke onderwerpen, stond deze middag de ontmoeting centraal. Werkgevers, HR-professionals en andere betrokkenen wisselden ervaringen uit en verkenden samen de toekomst van inclusief werkgeverschap. Steven Hubeek van De Normaalste Zaak begeleidde het programma.
Lisette van Breugel van werkgeversvereniging AWVN opende met een persoonlijke ervaring. Als twintigjarige stagiaire bij een bouwbedrijf werd ze op haar eerste werkdag voorgesteld aan de directeur. Die draaide zich naar haar begeleider en zei: “Dit is een vrouw, wat moeten we daarmee?”
Gelukkig is er sindsdien veel veranderd, constateerde Van Breugel. Maar nog altijd staan mensen voor een gesloten deur. Omdat ze een arbeidsbeperking hebben, de taal onvoldoende spreken of niet in het gebruikelijke profiel passen.
Volgens Van Breugel kunnen werkgevers zich dat steeds minder veroorloven. De beroepsbevolking vergrijst, de arbeidsmarktkrapte houdt aan en organisaties worstelen met ziekteverzuim en het behoud van medewerkers. Inclusie is daarmee niet langer alleen een maatschappelijke ambitie, maar ook een strategische noodzaak.
Dat vraagt om een andere benadering: niet alleen mensen passend maken voor het werk, maar ook het werk passend maken voor mensen.
Van Breugel benadrukte bovendien de maatschappelijke betekenis van werk. Juist op de werkvloer ontmoeten mensen elkaar die buiten hun werk vaak in verschillende werelden leven. Wie niet kan meedoen, mist daarom meer dan inkomen alleen: ook sociale contacten, erkenning en ontwikkelkansen.
Daar ligt volgens haar ook de kracht van De Normaalste Zaak. Door kennis en ervaringen te delen, hoeven werkgevers niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Het netwerk groeide van 150 betrokkenen in 2020 naar inmiddels 3.000.
Sven Rickli, organisatiespecialist en auteur van De menselijke revolutie, daagde de aanwezigen uit om fundamenteel anders naar organisaties te kijken. Volgens hem hebben we jarenlang vooral gestuurd op efficiëntie, productiviteit en controle. Ondertussen staat het welzijn van medewerkers onder druk.
Zijn pleidooi: zet de mens weer centraal. Niet als instrument om organisatiedoelen te behalen, maar als uitgangspunt voor duurzaam succes.
Rickli introduceerde het begrip ‘counterfactuality’: wat zou de wereld missen als jouw organisatie niet meer bestond? En dichter bij huis: wat zouden jouw medewerkers dan werkelijk verliezen?
Het antwoord gaat volgens hem verder dan salaris of arbeidsvoorwaarden. Mensen willen betekenisvol werk doen, zich verbonden voelen en onderdeel zijn van een gemeenschap.
Aan de hand van ervaringen op zijn eigen alpacaboerderij liet Rickli zien wat er gebeurt wanneer je niet vanuit standaard functieprofielen denkt, maar vanuit talent. Medewerkers met autisme blijken er bijvoorbeeld bijzonder goed tot hun recht te komen door hun precisie, betrokkenheid en motivatie.
Ook pleitte hij voor ‘de kunst van het stoppen’. Welke regels, controles en procedures zijn eigenlijk overbodig? Door meer vertrouwen, plezier en ruimte voor rust te creëren, kunnen organisaties het welzijn én de betrokkenheid van medewerkers versterken.
De centrale vraag van Rickli vormde de basis voor interactieve tafelgesprekken. Wat zouden medewerkers missen als hun organisatie morgen ophoudt te bestaan?
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
De gesprekken leverden uiteenlopende antwoorden op, maar een aantal thema’s kwam steeds terug: ertoe doen, ergens bij horen, kansen krijgen en bestaanszekerheid ervaren.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
De vraag bleek niet eenvoudig te beantwoorden. Juist dat maakte haar waardevol. Ze dwong deelnemers om verder te kijken dan functies, prestaties en arbeidsvoorwaarden. Wat maakt een organisatie werkelijk betekenisvol voor de mensen die er werken?
De uitwisseling bood aanknopingspunten om diversiteit en inclusie sterker te verbinden met de kern en de dagelijkse praktijk van organisaties.
Hoe urgent die opgave is, maakte Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland, duidelijk. De technieksector heeft de komende vijf jaar zo’n 120.000 nieuwe medewerkers nodig. Tegelijkertijd is slechts 12 procent van de medewerkers vrouw en heeft 5,5 procent een migratieachtergrond, zo lichtte Annette Opstal van Techniek Nederland toe.
Harbers sprak openhartig over de inspanningen én uitdagingen om de sector diverser te maken. Werkgevers kunnen veel doen, maar niet alles alleen. Ook hardnekkige maatschappelijke beelden over techniek als mannenwereld spelen een rol.
Daarom is volgens hem ook het onderwijs aan zet. Meer aandacht en waardering voor praktische en technische vaardigheden kunnen helpen om een bredere groep jongeren voor de sector te interesseren.
Daarnaast bieden flexibel werken, robotisering en technologische innovaties mogelijkheden om het werk toegankelijker en fysiek minder belastend te maken.
Mariëtte Hamer, regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en voorzitter van de adviesraad van De Normaalste Zaak, sloot het programma af.
Vanuit haar ervaringen van de afgelopen jaren benadrukte zij dat een inclusieve arbeidsmarkt niet mogelijk is zonder sociale veiligheid. Mensen aantrekken is één ding, zorgen dat zij zich welkom, gerespecteerd en veilig voelen is minstens zo belangrijk.
Vooral in sectoren waar vrouwen nog sterk ondervertegenwoordigd zijn, vraagt dit om blijvende aandacht. Een gezamenlijke sectoraanpak kan werkgevers helpen om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan en een veilige werkcultuur te versterken.
De middag maakte duidelijk dat inclusief werkgeverschap verder gaat dan het openen van de deur naar werk. Het gaat ook om wat mensen aantreffen als ze eenmaal binnen zijn. Krijgen ze de ruimte om zichzelf te zijn, zich te ontwikkelen en van betekenis te zijn?
Daarmee kwam de bijeenkomst terug bij de centrale vraag: wat zouden jouw medewerkers missen als jouw organisatie morgen verdwijnt?
Een vraag die uitnodigt om niet alleen na te denken over wat medewerkers voor de organisatie betekenen, maar vooral ook over wat de organisatie voor hen betekent.
Heb jij ambities ten aanzien van inclusief werkgeverschap? Kijk wie er al partner van De Normaalste Zaak zijn of doe zelf mee!
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij AWVN bekend is.